Damherten, wilde zwijnen en andere vraagstukken om bij te smullen…

 

“Voor damherten, edelherten en wilde zwijnen moet een beheerplan komen”

Ik grijp naar mijn bril in mijn tas en zet hem op nog voor ik hem heb schoongemaakt. Door de wazige glazen heen lees ik de stelling nog eens:

“Voor damherten, edelherten en wilde zwijnen moet een beheerplan komen”

Ik denk na, kijk naar de zes andere D66-igers aan tafel en weer naar het papiertje. Een aantal gedachten schieten door mijn hoofd: hoezo moeten wilde dieren beheerd worden? Is er dan nog geen beheerplan? Hebben we zoveel wilde dieren dat we ze in toom moeten houden? Wie zijn wij om daar iets over te zeggen?
Aan de gezichtsuitdrukkingen van mijn tafelgenoten zie ik dat ze net zo verward zijn als ik.

Afgelopen zaterdag was het regiocongres van D66 Utrecht. Het regiobestuur, dat zich vooral bezighoudt met de verenigingsaspecten van de partij D66 binnen de provincie Utrecht, organiseert eens in het half jaar een congres. Op dit soort congressen worden onderwerpen aangaande de provincie besproken, meestal in de vorm van ontmoetingen tussen D66-igers die geïnteresseerd zijn in bepaalde onderwerpen. Vaak levert het discussies op over het verkiezingsprogramma, het partijprogramma of incidenten die in de regio hebben plaatsgevonden. De sfeer is goed, kritisch en open. En soms kom je een stelling tegen waarbij er een wereld voor je open gaat.

“Misschien moeten we het de experts even vragen”, een van mijn tafelgenoten kijkt de groep rond, dan weer naar het papier dat voor hem ligt en dan naar mij.

Ik knik. We draaien ons om en zwaaien naar een van de initiatiefnemers van deze sessie: een brainstorm voor inhoud voor het verkiezingsprogramma over de thema’s landbouw, ruimtelijke ordening en cultuur.
Zwijgend wijzen we naar het blaadje. De expert, een jongen die heeft meegeschreven aan dit specifieke onderdeel van het verkiezingsprogramma, lacht en begint met een uitleg. Dat er wel 100.000 reeën zijn in Nederland, dat we wilde dieren nu mogen neerschieten als ze met ‘te veel’ zijn. Dat er wel 400 automobilisten per jaar in gevaar worden gebracht door een aanrijding met een ree. Dat er dus ‘iets’ moet gebeuren, maar dat het lastig is om te bedenken wat.

Ik smul. We smullen. Wat een enorme berg aan van alles en nog wat moet er toch ‘geregeld’ worden. Daar zitten we dan, een gemêleerd gezelschap van twintigers tot tachtigers, te praten over reeën, op de zaterdagochtend terwijl buiten een van de laatste zomerdagen weg tikt.
In het kwartier dat daarop volgt proberen we de ‘casus’ te duiden en zelfs op te lossen. Bijtend op onze koffiebekers proberen we de essentie van dit vraagstuk te achterhalen. Is dit wel aan de provincie en niet meer iets voor het Rijk? Waarom moeten we wilde dieren willen beheren? Valt dit onder ruimtelijke ordening, landbouw of mobiliteit?
De uitkomsten zijn legio. Iemand begint over anticonceptie voor wilde dieren, een ander maakt een grap over ‘aangereeen reeën’ en tussen neus en lippen door brult iemand dat we maar eens een beheerplan voor mensen moeten bedenken.

Na een kwartier is de brainstormsessie op zijn einde, maar wij hebben er nog lang geen genoeg van. Vooral ik niet. Zelfs aan het eind van de dag probeer ik tijdens de borrel nog mensen te overtuigen van hoe spannend het vraagstuk van de damherten en de reeën is. Niet iedereen blijkt even getriggerd. Een schaal met bitterballen wordt onder onze neus geschoven en met een ondeugende glimlach knikt iemand naar de schaal: “ik weet wel wat”.

De onderwerpen aangaande de provincie zijn niet voor iedereen even spannend. Ik vind het magisch. Na drie jaar actief lidmaatschap bij D66, twee bestuursjaren bij de Jonge Democraten en drie verkiezingen campagnevoeren heb ik mij daarom gekandideerd als Statenlid voor D66 binnen de Provinciale Staten. Daar kan, mocht ik verkozen worden, mijn hoofd breken over de grote dossiers over uiteenlopende thema’s aangaande de Provincie Utrecht. Lange termijn visies bedenken, abstracte lijnen uitzetten over regionale thema’s, verbinden van kwaliteiten van de provincie aan een gepast beleid, midden tussen het Rijk en de gemeente.

Damherten, wilde zwijnen, maar ook waterschappen, bedrijfsterreinen, cultureel erfgoed en vele andere onderwerpen wekken mijn interesse. Bovendien is de bestuurslaag op zichzelf al een interessante uitdaging. Ik hoop op een mooie plek op de kandidatenlijst zodat ik als Statenlid voor D66 met al dit soort zaken aan de slag kan.

 

Advertenties