Allemaal titels

Foto Cereol 2011 Hier staan allemaal titels boven. Precies de titel die jij het wilt geven. Zodat het voor jou betekenis krijgt.

Vanmorgen was ik samen met Statenlid Hans Boerkamp bij de Cereolfabriek, een voormalig fabrieksterrein in Oog in Al dat verbouwd is tot woningen, een bibliotheek, een school, Het Wilde Westen, een restaurant en nog veel meer. We ontmoetten de directeur van de Bibliotheek Utrecht Ton van Vlimmeren en Mireille Pondman, de directeur van BiSC, de serviceorganisatie voor bibliotheken in de provincie Utrecht.

Ik tol er nog steeds van. Het overkomt me vaak, dat tollen. Ik ben een blij mens en vind veel dingen interessant en leuk. Die interesse brengt me vaak op bijzondere plekken, toevallig of zelf opgezocht en altijd heerlijk. Zo was dat ook weer vanmorgen.

Zeven jaar geleden verhuisde ik vanuit Ubbergen bij Nijmegen naar Utrecht. Samen met drie vrienden woonden we een jaar lang op de Laan van Nieuw-Guinea tot de paddenstoelen op de eerste verdiepingen uit de muur begonnen te groeien. Opstaan met de geur van de Douwe Egberts fabriek om de hoek, altijd in de buurt van een winkel die open is en om de hoek het mooiste stukje Utrecht: de Munt met een oud en verlaten fabrieksterrein.

Gegrepen door het verval, zoals ik wel vaker een zwak heb voor industriegebieden, maakte ik een foto van de fabriek. Ik wenste dat daar op een dag een restaurant zou komen of een schoolgebouw, een zalenverhuur of iets anders waar kennis wordt gedeeld. Half oud, half nieuw, half jong, half oud, half verleden, half toekomst. De MuntVanmorgen zag ik het met eigen ogen. Ik had het van buiten gezien, de verbouwing gevolgd en een half jaar geleden zat een onderdeel van mijn toenmalige stageschool al in het gebouw. Anderhalve maand geleden opende het. Het is af nu. Voor zover een gebouw van meer dan honderd jaar oud ooit ‘af’ kan zijn… Natuurlijk niet in het licht van herbestemming, niet in het licht van cultureel erfgoed, niet in het licht waarin het nu gezet is door alle samenwerkende partners. Maar precies in het licht dat ik het zes jaar geleden zag, op de foto.

Dat was natuurlijk bij lange na niet het enige dat vanmorgen door mijn gedachten schoot. Ik werd me er voor de zoveelste keer van bewust hoeveel energie ik krijg van goeie ideeen en de uitwerking daarvan. Mijn hoofd slaat op hol, zoveel dat er is.
Een onderdeel van waar we het vanmorgen over hebben gehad ging over betekenis geven. Hoe ziet de bibliotheek van de toekomst eruit en wat voor maatschappelijke waarde heeft het? Bibliotheken hebben een enorm betrouwbare reputatie. Een soort neutraal instituut waar je terecht kan met allerlei vragen over allerlei soorten onderwerpen. In de breedste zin van het woord kunnen bibliotheken in de toekomst, behalve het uitlenen van boeken, een ontmoetingsplek zijn voor het delen, uitwisselen en opzoeken van kennis en informatie. Het heeft als functie mensen te ondersteunen bij het ‘lezen’ van de gemeenschap, de democratie. Maar hoe bereik je hen?

Cereol

“Allemaal titels” heet dit stuk. Geef het precies de titel die voor jou de juiste betekenis geeft van wat je leest. Zo gaat dat met steeds meer dingen. Google creëert met het kennen van jouw gegevens een bias. De positieve benadering daarvan kan voor cultureel erfgoed en bibliotheken een mooie rol spelen. Kennis van de lezer en de bezoeker kan een datebase openen met interessante boeken, plekken, kunstwerken die die persoon waarschijnlijk ook wilt bekijken. In de afgelopen weken zijn meer bezoeker geweest in de bibliotheek locatie Cereolfabriek dan gemiddeld in de twee oude locaties samen zouden zijn geweest. De nieuwe benadering van de functie van de bibliotheek lijkt te werken. Met een restaurant in hetzelfde gebouw en kunstworkshops en een school naast de ingang is veel dat een mens nodig heeft in de buurt.

Van groot belang is dat bibliotheken in samenwerking met gemeenten en provincie op zoek moeten gaan naar het creëren van dit soort samenwerkingen met partners zoals in het geval van de Cereolfabriek al geslaagd lijkt. Het zijn win-win-win-win-win situaties. Met een overheid die steeds kleiner wordt, gaan mensen en instellingen veel creatiever te werk. Verbinding maken staat centraal in plaats van te concentreren op een ‘eigen’ sector. Een restaurant heeft automatische meer gasten, het kunstcentrum staat meer in het zicht, de schoolkinderen krijgen onderwijs in een levendige omgeving en de bibliotheek wordt een soort gemeenschappelijke woonkamer.
Onderwijs en bibliotheken gaan al langer hand in hand, maar waarom daar geen restaurant en woningen bij? En als we dan toch bezig zijn wat zalen om te huren en kantoren om te verhuren?

De Cereolfabriek is gelukkig niet het enige voorbeeld van zo’n herbestemming. Steeds vaker vinden instellingen, bedrijven, ondernemers en overheid elkaar en ik wil me, mocht ik verkozen worden in maart als Statenlid, voor dit soort zaken actief inzetten.
Ik zou hier nog uren over kunnen doortypen. Over hoe bibliotheken met universiteiten gaan samenwerken en kennis, opgedaan door wetenschappers, deelbaar en inzichtelijker wordt. Over 3D printers en workshops voor kinderen om daar mee te leren experimenteren en les van techneuten die kinderen functies laten verzinnen voor drones. Over dat een kleinere overheid het beste in mensen zelf naar boven haalt. Over hoe een positieve instellingen je overal kan brengen.

Voor wie denkt dat ik in een bakje clichés ben gevallen: dat ben ik ook. En het is het lekkerste en meest bruisende bad dat er is.

Toen ik zeven jaar geleden uit Ubbergen vertrok naar Utrecht liet ik een kasteel achter. Ik groeide op in De Refter, een oud klooster op een steenworp afstand van Nijmegen. Het gebouw, mooier dan Harry Potters Zweinstein, wordt bewoond door ongeveer 85 mensen. Wonen en werken gaat samen binnen de Stichting de Refter, de mensen zorgen zelf voor het onderhoud op een democratische en milieuvriendelijke manier. In de oude kapel hebben mijn vaders hun huwelijksfeest gevierd en eens in de zoveel tijd zijn er exposities te zien. In de oude bibliotheek wordt yoga gegeven en er zijn soms concerten van muziekdocenten en hun leerlingen uit de buurt. In de verblijfsaccommodatie De Elegast worden in de zomer vakanties georganiseerd voor verstandelijk beperkten door Bosjuweel.

de refter luchtfotoAls inwoner van een herbestemmingsplan voor cultureel erfgoed, vlakbij een grote stad en met uitzicht op het platte land, groeide ik op als het prinsesje van de mogelijkheden. Toch ineens niet meer zo onlogisch, zo’n vijfentwintigjarige met enorme interesse voor de provincie. Vanaf dat ik een kleine meisje was met paarse leggings en blond pijpenkrullen, was mijn omgeving bijzonder goed ingericht. Alles wat ik nodig had, was in de buurt. Mijn leven was al vroeg verrijkt. Met een moestuin, een schommel, kippen, vriendjes en vriendinnetjes op kruipafstand, katten, honden, een bos, school op tien minuten fietsen, uitzicht, water in de buurt, sportvelden, boomhutten, noem maar op.

foto de Ooij100 jaar geleden stond de fabriek te midden van weilanden. Vlak achter de Jaarbeurs, die daar toen nog niet was, hield Utrecht op. Zoals tot 1960 Overvecht ook nog gewoon een weiland was. Nadat steeds meer huizen werden gebouwd in de buurt, ontstond overlast van de sojafabriek. Een stuk uit de inleiding van het boek dat over fabriek is gemaakt:

“Langs het Merwedekanaal in Utrecht staat een prachtig verbouwd industrieel monument: de Cereolfabriek. Tot 2002 draaide daar denderend, dampend en stinkend de Sojafabriek, een begrip in Utrecht West. De karakteristieke fabriek werd in 1908 gebouwd. Bijna honderd jaar lang werden lijnzaadolie, sojaolie en veevoer geproduceerd, vooral door mannen die op een merkwaardige manier verslaafd waren aan hun werk.”

(Uit: Verhalen uit de sojafabriek, over de bloei en ondergang van een Utrechts bedrijf – Jos Bours)

Na 2002 versteen de stank en de bedrijvigheid rondom de fabriek. Nu, 12 jaar later, ontstaat er een geheel ander soort bedrijvigheid. Zonder stank, waarschijnlijk met weinig overlast: hopelijk wordt dit een nieuw begrip voor Utrecht.

Om 12 uur liep ik de deur uit van De Cereolfabriek. Bomvol van de ideeen natuurlijk en een zonnetje hier en daar wil ook wel wat aan het humeur bijdragen. Ik bezat een vrolijkheid waar je ‘U’ tegen zegt. Ik dacht aan een toneelstuk dat ik in mijn afstudeerjaar schreef voor een regisseur. “Als het dak kon troosten”. Het toneelstuk was gebaseerd op het leven van Mien, een vrouw die haar leven lang op Zijstweg 51 had gewoond, maar vanaf 1996 werd verzocht het huis te verlaten omdat het gesloopt zou moeten worden voor andere plannen van de gemeente. Alternatieve plannen om het huis (en Mien) te redden kwamen uit alle hoeken: het pand komt immers uit 1875 en is bijna een soort monument.
Het leven is geen toneelstuk, maar catharsis kan gelukkig ook regelmatig plaatsvinden in het echt leven. Voor wie denkt dat ik uit dat bakje clichés stap: liever niet. Als prinsesje van de mogelijkheden is het mijn doel zoveel mogelijk mensen er bij in te trekken.

blij eiTot overmaat van geluk zag ik op de terugweg een oudere man voor zijn huis staan. Hij stond glimlachend voor zich uit te staren. In zijn ene grote hand hield hij een klaptrapje vast en in de ander de enkel van een oudere vrouw die uitgestrekt op het trapje met een emmertje sopje in haar hand het voorkamer raam staat te zemen. De glazen wassen om troebel uitzicht te voorkomen.

Advertenties